Onze tijd in St. John's, Newfoundland was enorm vermoeiend omdat we moesten meeleven met onze vrienden van daar, wat een hele omslag van bioritme betekende: tussen 3 en 6h smorgens gaan slapen, opstaan rond 15h en rond 17h weer beginnen drinken. Hebben wij hier toch een zwaar leven!
Hoewel onze dagen niet zo productief waren daar, zijn we er toch in geslaagd om het meest oostelijke punt van Noord-Amerika te bereiken -Cape Spear-, nu op naar het meest westelijke punt. We hebben ons daar enorm geamuseerd, en het deed bijna pijn aan ons hart om al onze vrienden te verlaten. Als stad stelt St. John's niet veel voor. Het mag dan al de eerste stad van Noord-Amerika zijn, veel oude, interessante gebouwen zijn er toch niet te vinden. In tegendeel: downtown bestaat uit 1 party-straat, George Street, waar er meer cafees per vierkante meter zijn dan elders in Noord-Amerika (ja, veel records hier in die stad), en dan een paar straten waar ze de marginalen steken, met mooie huisjes in verschillende kleuren, maar met enorm veel afval en vuiligheid. Ik persoonlijk ben geen grote fan van St. John's, Michiel wel een beetje.
Na een zestal dagen besloten we dat het tijd was om te vertrekken omdat we anders nooit weg zouden raken.
Eigenlijk wilden we van St. John's rechtstreeks naar de boot in Port aux Basques liften, en 's avonds de boot nemen om 's anderendaags vroeg toe te komen in Sydney Nova Scotia, maar spijtiggenoeg is het ons niet gelukt. Toen we beseften dat we de boot niet meer gingen halen besloten we te stoppen in Corner Brook, waar we al eerder waren en dus mensen kenden waar we konden slapen. We hadden Ryan echter niet gewaarschuwd, en toen we aan zijn huis kwamen bleek dat hij er niet was, en niet ging zijn de hele avond. Gelukkig kwamen 2 van zijn vrienden ook net op bezoek zonder dat ze wisten dat hij er niet was, en we mochten mee met under. Die avond werden we onofficieel ingescreecht: in een zuidwester een bevroren kabeljauw kussen, een shot rum nemen (Screech) en de onuitspreekbare zin 'deed I is me ol' cock, and long may your big jib draw' antwoorden op de vraag 'Is ye an honourary Newfoundlander?'(kheb het op wikipedia moeten opzoeken wi, want ik was het al compleet vergeten), en voila, dan ben je een echten. Wij hebben wel geen kabeljauw gekust en hebben geen officieel certificaat, maar er was wel meer dan genoeg screech aanwezig om een echten genoemd te worden (vind ik).
De volgende avond namen we de boot naar Nova Scotia om vervolgens naar Halifax te liften, en het was enorm gezellig, want we hebben veel mensen leren kennen, waaronder Caitlin, een meisje dat ook naar Halifax zou gaan.
Eens daar aangekomen (netjes vlak voor de deur afgezet door onze vriendelijke lift), werd het ineens stralend weer, en op slag leek het zomer, mede door de grote mooie groene bomen in de straten en de vriendelijke mensen.
Onze host leek ook wel cool, maar zijn huisgenoten waren allemaal Quebec-ers, die niet echt ons type mensen waren. Soms heb je dat weetjewel, je kan niet met iedereen overeenkomen. Ze waren wel heel erg vriendelijk en lief en attent en wat dan nog, maar het klikte gewoon echt niet. In het begin wel: we speelden voetbal en frisbee samen in het park, en het was gezellig. Maar 's avonds ontpopten ze zich als saaiste mensen ter wereld. Ze besloten spelletjes te spelen, met als topspel een handjesklapspel (zo dat waarbij je in een cirkel zit met iedereen zijn handen gekruist, en dan moet je 1 of twee klopjes geven om de richting aan te geven, als je weet wat ik bedoel. Zo niet: het meest kinderachtige spel dat je meestal niet meer speelt als je ouder dan 10 bent), en lachten echt met alles wat niet grappig was, en spraken de hele tijd over gemeenschappelijke vrienden die wij niet kenden, om 23h was het al hoog tijd om dodo te doen volgens hen enz ... Het was niet zo heeel leuk voor ons. We sliepen er twee nachten, en toen was het zaterdag, markttijd voor Halifax, DE place to be op zaterdagochtend, veel gezonde groenten, veel straatmuzikanten, enorm veel volk. En dat is waar we Caitlin terug tegenkwamen. We vroegen meteen of we daar konden blijven slapen, en dat was absoluut geen probleem. Zo lieten we de Quebec-gemeenschap achterwege, en kwamen terecht in een huis vol jonge hippiemeisjes en 1 homo.
's Avonds hadden we met Romesh (van Hey Rosetta, die ondertussen in Halifax toegekomen waren om hun nieuwe plaat op te nemen) afgesproken en Caitlin kwam mee. Na een kort bezoekje aan de studio gingen we naar een van de bekendere cafes met de hele band en producer (die praktisch alle albums van oa Mogwai en Belle and Sebastian heeft geproduced) die uiteindelijk alles voor ons betaalde. Het was -uiteraard- gezellige avond.
De volgende avond zijn we gaan kamperen. Het was nog steeds prachtig weer, en we hadden de perfecte kampeerspot aan een meer, maar toch geschut tegen de wind door een paar bomen, en er was al een vuurpit, en enorm veel goed brandhout. We maakten meteen een groot vuur aan, en roosterden hotdogs en marshmellows. Het lekkerste ter wereld: 'smores = geroosterde marshmellow tussen 2 koekjes met een reepje chocolade. Een beetje zoals mellowcakes maar dan zelfgemaakt, heerlijk warm en met een tikkeltje gesmolten marshmellow. mmm.
De volgende dag was enorm warm, en we hebben de hele dag in de zon gelegen, in het meer gezwommen, van een brug gesprongen, ... Heerlijk, eindelijk zomer! 's Avonds hadden we terug met Romesh afgesproken, want de volgende dag zouden we vertrekken.
Ons doel van de volgende lift-sessie: Winnipeg, exact 3595km verder! Dag 1 was ongelofelijk onsuccesvol. We raakten maar tot Truro, wat exact EEN uur verder dan Halifax is. Een geluk bij een ongeluk: sommige mensen op de wereld zijn nog zo ongelofelijk vriendelijk en lief dat je ze wel kan opeten. Na heel veel gesukkel en gewandel met onze dikke zware zakken kregen we een lift, zo rond 16h, en we waren zodanig depressief dat we besloten hadden dat we maar tot Truro zouden gaan, waar we de eerste nacht in Nova Scotia ook hadden geslapen. We wisten wel dat het meisje er niet meer zou zijn, maar we konden desnoods wel vragen aan haar ouders of we weer onze tent in hun tuin mochten zetten. Toen we dit vertelden aan de meneer die ons had meegenomen, en hij woonde ook in Truro. Hij vertelde ons dat hij een vriend had die een motel had, en dat hij wel een goed prijsje voor ons kon krijgen, maar toen zeiden wij dat het niet nodig was, dat we wel in onze tent zouden slapen, en uiteindelijk heeft hij ons die motelkamer betaald. En wat voor een kamer! Je zou denken dat het waarschijnlijk de goedkoopste, vuilste, meest stinkende kamer van het motel zou zijn, maar nee. Er stonden twee dubbelbedden in, er was een hele keuken met alles wat je maar kon bedenken (behalve eten natuurlijk, maar wel koffie en thee en chocolademelk en zout en peper en patatteschellers en kweetnietwatnogmeer maar vooral dingen die je niet zou verwachten in een motelkamer).
En de volgende ochtend, na weer een heleboel gesukkel, kregen we een rit van Moncton, New Brunswick tot Winnipeg! Met een vent van Prince Edward Island, die in Alberta of Saskachewan ging gaan werken in de olievelden. En het was nog geen slechte kerel ook niet. Tamelijk intellegent, af en toe grappig, een roker maar het was niet erg. Michiel kwam goed overeen met hem, en ik zat gezellig vanachter met mijn ipod en mijn boeken.
Nu zijn we hier, bij Elliot, die bij ons in Leuven 2 weken komen logeren is. Hij is nogmaar thuis sinds gisteren, maar de dag ervoor zorgden zijn vrienden al voor ons. Het was een meisje haar verjaardag (18), en haar kado was een 3l fles whiskey. Hoe de avond afliep moet ik niemand meer vertellen, alleen de tamelijk verstandigen hebben het overleefd.
Het was leuk om Elliot terug te zien. Nu zijn we hier in zijn huis, hebben in een heerlijk donsbed geslapen, eten goed eten, Michiel werkt voor Elliot zijn pa (gras maaien, daken repareren, vanalles), en ik help met zijn ma (vandaag planten gekocht, eten gemaakt). Het is een beetje zoals op de boerderijen werken, maar met extra geld en aanwezigheid van jonge mensen. Niet slecht dus.
Foto's gaan nog een tijdje duren. Voor de een of andere reden kunnen apple computers mijn kodak niet aan of zoiets. Maar we blijven proberen. We laten weten van zodra het lukt.
In the meantime: take care.
cheerio!
maandag 31 mei 2010
woensdag 12 mei 2010
We zijn weer weg zi..
Ons plan van vorige keer was dus extreem onderhevig aan verandering. We hebben niets gedaan zoals gepland, behalve naar Quebec City gelift (waar we 2 nachten bleven slapen bij een kerel die we leerden kennen in een supermarkt -Maar goed ook, want we hadden nog geen slaapplaats). Het was er tamelijk mooi en geestig, want het was mooi weer, maar als je Europa kent dan is de 'oudheid' van Quebec natuurlijk niet veel waard.
Vervolgens gingen we dus alles doen wat we vorige keer geschreven hebben, maar onderweg hebben we een gigantisch goeie lift gevonden die helemaal naar Halifax, Nova Scotia ging, en dat konden we natuurlijk niet laten liggen. We reden helemaal mee tot Truro, Nova Scotia, omdat -hoewel we nog niets geregeld hadden- daar een paar boerderijen in de omtrek lagen waar we misschien wilden gaan werken.
We kwamen toe rond middernacht, en gezien we daar ook geen slaapplaats geregeld hadden, belden we aan bij mensen om te vragen of we onze tent in hun tuin mochten zetten. Een meisje van onze leeftijd deed de deur open en vond het een cool idee, maar haar ouders waren een beetje te paranoia. Dus bracht ze ons maar naar een veld waar we wel konden slapen en nodigde ons uit de volgende dag in haar huis. Het was een ijskoude nacht, enorm vochtig, en onze nieuwe slaapzakken konden het jammergenoeg niet echt aan, maar desondanks hebben we het toch overleefd onze eerste nacht in de tent.
's Ochtends gingen we naar haar huis, alwaar we ontbijt kregen en mochten douchen en alles wat we maar wilden. We zochten naar boerderijen op internet, maar de meesten hadden nog niemand nodig of waren zodanig zot (ja, je mag komen, maar je moet wel 8 tot 10h per dag werken, 5 dagen in de week, en dat in ruil voor kost en inwoon) dat we niet onmiddellijk iets vonden. Maar uiteindelijk waren we meer dan welkom op de boerderij die we het liefst wilden. Het lag ietsje meer noordelijk, bij Baddeck, en naast normale boerderij-activiteiten verhuurden ze ook (helemaal zelfgebouwde!) cottages en er was een potterij. Terry en Linda, een ouder koppel van rond de begin 60, waren echt heel lief en vriendelijk en enorm relax. In tegenstelling tot de meeste boerderijen waar je om 8 of 9u moet beginnen werken mochten we opstaan wanneer we wilden, beginnen werken wanneer we wilden, stoppen of pauzeren als we wilden, alles eten wat we maar tegenkwamen enzovoorts. We deden allerlei klusjes, van cottages kuisen tot onkruid wieden tot houthakken tot muurtjes bouwen tot compost op het veld verdelen, tot eten maken. Allemaal zonder stress en met heel veel plezier. Hoewel het weer niet altijd meezat hebben we ons daar toch altijd nuttig kunnen maken en ons vooral goed vetgemest met zelf versgebakken brood, groenten uit de tuin en af en toe iets heerlijk lekker vettigs. We leerden een beetje pottebakken, en hebben elk een zelfgemaakt kopje meegekregen voor onderweg. We hebben daar 10 dagen gebleven, heerlijk uitgerust (niet dat we het nodig hadden, maar dat doet altijd deugd weetjewel).
Zondag 2 mei besloten we de oversteek te wagen naar Newfoundland. Terry en Linda brachten ons naar North Sydney, waar de boot vertrok, maar we misten hem op een haar na. We wachtten van 11h tot 21h30, maar het was al bij al een goeie dag. Het was tamelijk warm, we speelden wat muziek buiten, kochten boeken voor 2dollar, en de rest van de middag speelden we pool met een paar lokale dronkelappen. De boottocht verliep ook tamelijk smooth. We vertrokken met (enorm veel!) vertraging, maar hebben de hele weg geslapen.
Toen we de volgende ochtend vroeg toekwamen in Port-aux-Basques regende het pijpestelen.
Iedereen had ons gewaarschuwd (in goeie zin) voor de vriendelijkheid van de Newfoundlanders, en dat het een makkie zou zijn om te liften van de ene plaats naar de andere, maar niet die dag. We werden al gauw helemaal nat, en we zaten nog niet eens op de snelweg. Uiteindelijk wandelden we heel de weg naar het mini centrum van PaB, trakteerden we ons op een ontbijtje van Tim Hortons (de grootste koffiekeet van heel Canada) en probeerden we een rit te versieren.
We vonden een kerel die voor Pepsi werkte en en nieuwe truck-ontlader moest helpen, en gezien we niets beter vonden besloten we mee te gaan met hem. Hoewel hij ons zei dat het hoogstens nog een uurtje zou duren hebben we de hele middag van klein microdorpje naar nog kleiner microdorpje gereden om pepsi uit te laden. Maar dat was perfect voor ons, gezien we koud hadden en moe waren en zo lekker heel de dag in de warme auto konden zitten.
's Avonds nam hij ons mee naar zijn huis, waar zijn ouders eten gemaakt hadden voor ons, -we aten smakelijk!- en bracht ons vervolgens naar onze CS-host in Corner Brook. Wat een aangename verrassing! Onze host was een lachgrage supervriendelijke kerel (hij zag eruit als Sammy van het Eiland en lachte -ECHT WAAR!- gelik Alain de Protput). Hij installeerde ons een plaatsje voor de haard tussen de piano en de platenspeler in. We dronken een paar pintjes met alle huisgenoten, en luisterden naar zijn platen die hij de volgende dag allemaal zou weggeven omdat hij vond dat hij er te gehecht aan werd en niet materialistisch wilde zijn. We kozen een tiental platen uit en stuurden ze op naar Belgie voor weinig geld, joepie!
De volgende paar dagen deden we het rustig aan, want het weer was nog altijd tamelijk enorm slecht, we keken een paar films, deden een paar korte wandelingen in de stad (JCVD heeft hier een boot liggen en Oprah een huis! Maar die hebben we niet gezien), kookten samen, en warmden vooral lekker op.
Toen het na een paar dagen weer tijd was om door te gaan liftten we tot Rocky Harbour, waar we weeral geen slaapplaats geregeld hadden. We klopten aan bij een huis en vroegen of ze soms een goeie plaats wisten om onze tent op te slaan, en de vrouw raadde ons het veld van haar buren aan. Zo kwamen we terecht bij 2 oude mensen van 84 en 86 jaar, Rosie en Sydney. We stapten eerst binnen voor een kenningsmakingsgesprekje en een kopje thee, en uiteindelijk zeiden ze dat we wel in hun schuur mochten slapen. Bij het ontbijt kregen ze compassie met ons en zeiden ze dat het ongehoord was dat zij ons op zo'n koude nacht in de schuur hadden gestoken. We kregen aldus een upgrade naar een van de warme kamers binnenshuis. De familie stapte van tijd tot tijd eens binnen en iedereen sprong in om ons een meer dan goed verblijf te bezorgen. We kregen elke dag warm eten, een lunchpakket voor de bergwandelingen, en een degelijke regenjas. Hoewel het weer niet altijd meezat hebben we een gedeelte van de Gros Morne beklommen (zogezegd hoogste berg van Newfoundland, maar eigelijk is het de tweede hoogste) en deden we verscheidene andere tochten langs post-ijstijdperkse bergen, rivieren en fjords. We zijn geen beren tegengekomen maar hebben toch wat wildlife op ons lijstje staan. Hier een voorbeeld van onze topdag: 15 elanden, 6 rendieren, 1 speciale typisch Newfoundlandse patrijs, en een poolhaas. Niet slecht toch?
Omdat we niet langer ten laste van het oude koppel wilden zijn (want Rosie was slecht te been, en Sidney is ook niet meer van de jongste) besloten we om verder te liften naar de overkant van het eiland richting de oudste stad van Noord-Amerika: St. John's. 't Heeft ons veel moeite gekost eer we de juiste lift kregen, maar een geschifte trucker nam ons tenslotte mee voor een goeie 6 uur. We hadden al wat slaapplaatsen geregeld op voorhand, maar we hadden nog niemand verwittigd. Uiteindelijk hebben we iemand kunnen contacteren, maar toen we aan zijn huis aankwamen was hij nog steeds niet daar en hebben we een tijdje buiten gestaan tot de buurman ons binnenriep. Die bleek een sympathieke komiek te zijn en hij heeft ons wat beziggehouden met straffe verhalen over zijn snowboarden totdat onze host binnekwam met het nieuws dat hij ons "eerlijk gezegd vergeten was". Geen probleem voor ons... de avond was meer dan geweldig. We hebben wat pinten gedronken met een 6-tal vrienden van hem, en een extreme contrast avond beleefd dan wat we de laatste paar avonden met de ouderlingen gedaan hadden en zijn deze ochtend om 6h gaan slapen. Het zijn echt allemaal coole kerels, allemaal muzikanten met een indrukwekkend repertoire. De meeste van hen spelen in Hey Rosetta! Een band die ik niet ken, maar die hier wel groot is, en enorm goed klinkt. Ze hebben al in Parijs en London gespeeld. Anderen hebben al samen gespeeld met oa. Broken Social Scene, Stars en the Acorn. We leren hier veel nieuwe muziek bij!
Nu zitten we al heel de dag tetris op de wii te spelen. Het kan niet beter!
En morgen en eigenlijk heelt weekend kan ik (Judith) een avond gaan werken als vestiairevrouw in een cafe voor 80dollar per avond. Goed he.
Als we meer fotos op internet zetten laten we wel iets weten.
Bye.
Vervolgens gingen we dus alles doen wat we vorige keer geschreven hebben, maar onderweg hebben we een gigantisch goeie lift gevonden die helemaal naar Halifax, Nova Scotia ging, en dat konden we natuurlijk niet laten liggen. We reden helemaal mee tot Truro, Nova Scotia, omdat -hoewel we nog niets geregeld hadden- daar een paar boerderijen in de omtrek lagen waar we misschien wilden gaan werken.
We kwamen toe rond middernacht, en gezien we daar ook geen slaapplaats geregeld hadden, belden we aan bij mensen om te vragen of we onze tent in hun tuin mochten zetten. Een meisje van onze leeftijd deed de deur open en vond het een cool idee, maar haar ouders waren een beetje te paranoia. Dus bracht ze ons maar naar een veld waar we wel konden slapen en nodigde ons uit de volgende dag in haar huis. Het was een ijskoude nacht, enorm vochtig, en onze nieuwe slaapzakken konden het jammergenoeg niet echt aan, maar desondanks hebben we het toch overleefd onze eerste nacht in de tent.
's Ochtends gingen we naar haar huis, alwaar we ontbijt kregen en mochten douchen en alles wat we maar wilden. We zochten naar boerderijen op internet, maar de meesten hadden nog niemand nodig of waren zodanig zot (ja, je mag komen, maar je moet wel 8 tot 10h per dag werken, 5 dagen in de week, en dat in ruil voor kost en inwoon) dat we niet onmiddellijk iets vonden. Maar uiteindelijk waren we meer dan welkom op de boerderij die we het liefst wilden. Het lag ietsje meer noordelijk, bij Baddeck, en naast normale boerderij-activiteiten verhuurden ze ook (helemaal zelfgebouwde!) cottages en er was een potterij. Terry en Linda, een ouder koppel van rond de begin 60, waren echt heel lief en vriendelijk en enorm relax. In tegenstelling tot de meeste boerderijen waar je om 8 of 9u moet beginnen werken mochten we opstaan wanneer we wilden, beginnen werken wanneer we wilden, stoppen of pauzeren als we wilden, alles eten wat we maar tegenkwamen enzovoorts. We deden allerlei klusjes, van cottages kuisen tot onkruid wieden tot houthakken tot muurtjes bouwen tot compost op het veld verdelen, tot eten maken. Allemaal zonder stress en met heel veel plezier. Hoewel het weer niet altijd meezat hebben we ons daar toch altijd nuttig kunnen maken en ons vooral goed vetgemest met zelf versgebakken brood, groenten uit de tuin en af en toe iets heerlijk lekker vettigs. We leerden een beetje pottebakken, en hebben elk een zelfgemaakt kopje meegekregen voor onderweg. We hebben daar 10 dagen gebleven, heerlijk uitgerust (niet dat we het nodig hadden, maar dat doet altijd deugd weetjewel).
Zondag 2 mei besloten we de oversteek te wagen naar Newfoundland. Terry en Linda brachten ons naar North Sydney, waar de boot vertrok, maar we misten hem op een haar na. We wachtten van 11h tot 21h30, maar het was al bij al een goeie dag. Het was tamelijk warm, we speelden wat muziek buiten, kochten boeken voor 2dollar, en de rest van de middag speelden we pool met een paar lokale dronkelappen. De boottocht verliep ook tamelijk smooth. We vertrokken met (enorm veel!) vertraging, maar hebben de hele weg geslapen.
Toen we de volgende ochtend vroeg toekwamen in Port-aux-Basques regende het pijpestelen.
Iedereen had ons gewaarschuwd (in goeie zin) voor de vriendelijkheid van de Newfoundlanders, en dat het een makkie zou zijn om te liften van de ene plaats naar de andere, maar niet die dag. We werden al gauw helemaal nat, en we zaten nog niet eens op de snelweg. Uiteindelijk wandelden we heel de weg naar het mini centrum van PaB, trakteerden we ons op een ontbijtje van Tim Hortons (de grootste koffiekeet van heel Canada) en probeerden we een rit te versieren.
We vonden een kerel die voor Pepsi werkte en en nieuwe truck-ontlader moest helpen, en gezien we niets beter vonden besloten we mee te gaan met hem. Hoewel hij ons zei dat het hoogstens nog een uurtje zou duren hebben we de hele middag van klein microdorpje naar nog kleiner microdorpje gereden om pepsi uit te laden. Maar dat was perfect voor ons, gezien we koud hadden en moe waren en zo lekker heel de dag in de warme auto konden zitten.
's Avonds nam hij ons mee naar zijn huis, waar zijn ouders eten gemaakt hadden voor ons, -we aten smakelijk!- en bracht ons vervolgens naar onze CS-host in Corner Brook. Wat een aangename verrassing! Onze host was een lachgrage supervriendelijke kerel (hij zag eruit als Sammy van het Eiland en lachte -ECHT WAAR!- gelik Alain de Protput). Hij installeerde ons een plaatsje voor de haard tussen de piano en de platenspeler in. We dronken een paar pintjes met alle huisgenoten, en luisterden naar zijn platen die hij de volgende dag allemaal zou weggeven omdat hij vond dat hij er te gehecht aan werd en niet materialistisch wilde zijn. We kozen een tiental platen uit en stuurden ze op naar Belgie voor weinig geld, joepie!
De volgende paar dagen deden we het rustig aan, want het weer was nog altijd tamelijk enorm slecht, we keken een paar films, deden een paar korte wandelingen in de stad (JCVD heeft hier een boot liggen en Oprah een huis! Maar die hebben we niet gezien), kookten samen, en warmden vooral lekker op.
Toen het na een paar dagen weer tijd was om door te gaan liftten we tot Rocky Harbour, waar we weeral geen slaapplaats geregeld hadden. We klopten aan bij een huis en vroegen of ze soms een goeie plaats wisten om onze tent op te slaan, en de vrouw raadde ons het veld van haar buren aan. Zo kwamen we terecht bij 2 oude mensen van 84 en 86 jaar, Rosie en Sydney. We stapten eerst binnen voor een kenningsmakingsgesprekje en een kopje thee, en uiteindelijk zeiden ze dat we wel in hun schuur mochten slapen. Bij het ontbijt kregen ze compassie met ons en zeiden ze dat het ongehoord was dat zij ons op zo'n koude nacht in de schuur hadden gestoken. We kregen aldus een upgrade naar een van de warme kamers binnenshuis. De familie stapte van tijd tot tijd eens binnen en iedereen sprong in om ons een meer dan goed verblijf te bezorgen. We kregen elke dag warm eten, een lunchpakket voor de bergwandelingen, en een degelijke regenjas. Hoewel het weer niet altijd meezat hebben we een gedeelte van de Gros Morne beklommen (zogezegd hoogste berg van Newfoundland, maar eigelijk is het de tweede hoogste) en deden we verscheidene andere tochten langs post-ijstijdperkse bergen, rivieren en fjords. We zijn geen beren tegengekomen maar hebben toch wat wildlife op ons lijstje staan. Hier een voorbeeld van onze topdag: 15 elanden, 6 rendieren, 1 speciale typisch Newfoundlandse patrijs, en een poolhaas. Niet slecht toch?
Omdat we niet langer ten laste van het oude koppel wilden zijn (want Rosie was slecht te been, en Sidney is ook niet meer van de jongste) besloten we om verder te liften naar de overkant van het eiland richting de oudste stad van Noord-Amerika: St. John's. 't Heeft ons veel moeite gekost eer we de juiste lift kregen, maar een geschifte trucker nam ons tenslotte mee voor een goeie 6 uur. We hadden al wat slaapplaatsen geregeld op voorhand, maar we hadden nog niemand verwittigd. Uiteindelijk hebben we iemand kunnen contacteren, maar toen we aan zijn huis aankwamen was hij nog steeds niet daar en hebben we een tijdje buiten gestaan tot de buurman ons binnenriep. Die bleek een sympathieke komiek te zijn en hij heeft ons wat beziggehouden met straffe verhalen over zijn snowboarden totdat onze host binnekwam met het nieuws dat hij ons "eerlijk gezegd vergeten was". Geen probleem voor ons... de avond was meer dan geweldig. We hebben wat pinten gedronken met een 6-tal vrienden van hem, en een extreme contrast avond beleefd dan wat we de laatste paar avonden met de ouderlingen gedaan hadden en zijn deze ochtend om 6h gaan slapen. Het zijn echt allemaal coole kerels, allemaal muzikanten met een indrukwekkend repertoire. De meeste van hen spelen in Hey Rosetta! Een band die ik niet ken, maar die hier wel groot is, en enorm goed klinkt. Ze hebben al in Parijs en London gespeeld. Anderen hebben al samen gespeeld met oa. Broken Social Scene, Stars en the Acorn. We leren hier veel nieuwe muziek bij!
Nu zitten we al heel de dag tetris op de wii te spelen. Het kan niet beter!
En morgen en eigenlijk heelt weekend kan ik (Judith) een avond gaan werken als vestiairevrouw in een cafe voor 80dollar per avond. Goed he.
Als we meer fotos op internet zetten laten we wel iets weten.
Bye.
Abonneren op:
Posts (Atom)